Start

 

                 

In de toekomst wil ik lessen gaan geven in het werken met de frisbee. Dit is een hele leuke hondensport die in Nederland wedstrijd gericht getraind wordt maar ook voor recreatieve deelnemers natuurlijk heel erg leuk om te doen met je hond!

Onderaan de pagina een paar foto's van Betsie met haar hond Baree (Oudduitse Herder) die verschillende worpen laat zien.

 

 

 

Bron: www.dierz.nl

In ons land is het hondenfrisbee nog niet zo heel lang bekend; pas in 1998 werd het hier geïntroduceerd, waarna het in korte tijd is opge­klommen tot een volwaardige hondensport.

Degenen die nog steeds den­ken dat er niets bijzonders is aan hondenfrisbee en dat ie­dereen dat maar even op eigen houtje met zijn hond kan gaan doen, vergissen zich. Sterker nog: als het frisbeeën de hond (en de baas) niet goed wordt aangeleerd, is er een grote kans op blessures. Het is een uiter­mate intensieve sport en als er verkeerd gegooid, gesprongen en geland wordt, kan het bijna niet anders of de hond zal zich op een gegeven moment flink bezeren. Niet voor niets is de hondenfrisbeesport in ons land aan strenge regels gebon­den en zijn sommige sprongen en handelingen gewoon niet toegestaan. Dat is allemaal omwille van de veiligheid van de hond. In het buitenland laat men honden soms zulke spectaculaire sprongen maken dat ze binnen enkele jaren gewoon op en versleten zijn. En die hond, ach, die gaat wel door, die is zich van geen gevaar bewust.

Voordat de hond nog maar in beeld komt, zal de baas eerst moeten werken aan zijn werptechniek. Hij moet vrij nauwkeurig kunnen be­palen welke baan de frisbee gaat volgen, want een verkeerd geworpen frisbee kan de hond ertoe verleiden gevaarlijke capriolen uit te halen om het ding toch te pakken te krijgen. Eerst dus zelf leren gooien, ge­zellig samen met de buurman op het strand bijvoorbeeld, en dan pas de hond erbij betrekken.

Dan is er de kwestie van de frisbee zelf. Die mag niet te hard zijn en er mogen geen uitsteeksels aan zitten. Rafelige randen, bijvoorbeeld doordat erop gekauwd is, zijn ook uit den boze. Al deze zaken kunnen de bek van de hond beschadigen. De goede hondenfrisbee is gemaakt van een zachte kunststof en kan worden dubbelgevouwen zonder dat hij breekt. Bij wedstrijden worden alleen die paar frisbeesoorten gebruikt die het predicaat 'goedgekeurd' hebben ontvangen. De dingen die je zo in de dierenwinkel kunt kopen voldoen meestal totaal niet, maar bij gespecialiseerde verenigingen zijn goede frisbees meestal wel te bestellen.

Tijdens het frisbeeën wordt een enorme inspanningsexplosie van de hond verwacht. Een uit­stekende warming-up is dan ook erg belangrijk. De sport mag ook nooit te lang achtereen worden gedaan. Vijf tot tien minuten is echt het maximum, waarna een uitgebreide cooling down moet volgen. Ook kan er niet geoefend worden bij te hoge temperaturen om te voorkomen dat de hond oververhit raakt. De ondergrond waarop wordt ge­oefend is een volgend punt van aandacht, evenals de wind. De bodem dient vlak en niet te hard of glad te zijn, dus geen beton of bevroren grond. Harde wind kan ervoor zorgen dat de frisbee uit zijn baan raakt en zodoende een gevaarlijke situatie voor de hond creëren. Gooi ook niet als er andere honden in de buurt zijn. Als ze er met zijn allen op afstui­ven is het risico op een harde botsing of een flinke knokpartij om het bezit van de disc niet denkbeeldig.

En dan komt als laatste de hond pas aan bod. In principe kun je frisbee spelen met iedere hond, omdat het spel natuurlijk altijd aan de mogelijkheden van de betreffende hond kan worden aangepast. Toch is bij heel grote en zware rassen, rassen met een erg lange rug en honden met een erg verkorte snuit enige voorzichtigheid wel op zijn plaats. Een keuring door de dierenarts om te zien of de hond geen ver­borgen gebreken vertoont, is ook geen overbodige luxe want de fris­beesport mag dan wel dolle pret zijn voor de hond, ze is ook behoorlijk zwaar. In de training zal de hond moeten leren wat zijn mogelijkheden en beperkingen zijn. En – nogmaals – die honden zien geen gevaar en zijn voor hun veiligheid volledig afhankelijk van het inzicht van hun eigenaar. De training moet verstandig worden opgebouwd. De hond zal moeten leren de frisbee aan te pakken, op te halen en weer af te geven. Pas als dat allemaal goed gaat, kan voorzichtig met de eerste sprongetjes worden begonnen.

Het komt er dus op neer dat als je met jouw hond wilt frisbeeën, je dat eigenlijk niet kunt doen zonder een goe­de school of vereniging op te zoeken. De instructeurs daar kennen de beperkingen van jouw hond, zijn op de hoogte van de juiste trainings­technieken en zullen niet aarzelen sterk remmend op te treden wan­neer je in je enthousiasme te veel van de hond dreigt te vergen.

Er zijn verschillende onderde­len. Allereerst is er de freestyle, waarbij het de bedoeling is dat er een zo origineel mogelijke show wordt neergezet door baas en hond onder begelei­ding van een zelfgekozen mu­ziekje. Er wordt gewerkt met meerdere discs en er worden vaak ingewikkelde sprongen en kunstjes getoond. Zo kan de hond bijvoorbeeld op de rug van de handler springen om de disc uit de lucht te plukken, hij kan opgevangen worden door zijn handler of slalommen –eigenlijk een soort mengeling van doggydancing en frisbeeën. Zo'n ronde duurt go tot 120 seconden en er wordt door de jury niet alleen naar de uitvoe­ring gekeken maar ook streng op de veiligheid gelet. Het in gevaar brengen van de hond, op wat voor manier dan ook, leidt onherroepelijk tot straf­punten en uiteindelijk tot dis­kwalificatie.

Dan is er de mini distance die gespeeld wordt met één frisbee en zes­tig seconden duurt. Daarbij wordt het veld verdeeld in vakken van 10 meter. De baas staat achter een startlijn en gooit de frisbee zo ver mo­gelijk weg, daarbij binnen het afgezette speelveld blijvend. Hoe vaker de hond binnen de gestelde tijdslimiet de frisbee vangt en hoe verder weg hij dat doet, hoe meer punten hij verdient. Een vergelijkbaar on­derdeel is het zogenoemde toss & fetch. Ook is er de long distance ofwel de far away, die geen tijdslimiet kent.

Met één disc wordt drie keer geworpen op een zo groot mogelijk veld. De verste worp die uiteindelijk door de hond uit de lucht wordt gevan­gen is bepalend voor het eindklassement.

Omdat binnen Nederland meerdere overkoepelende organisaties voor het hondenfrisbee bestaan, kunnen de regels her en der van elkaar afwijken.

 
 
 
.