| Bron:
www.dierz.nl
Behendigheid wordt ook wel
agility genoemd en is in 1979 komen overwaaien vanuit
Engeland. Agility betekent letterlijk beweeglijkheid
c.q. alertheid. Eigenschappen die bij deze sport worden
verwacht, zowel van de baas als van de hond. Ze is
binnen enkele jaren uitgegroeid tot een van de bekendste
hondensporten ter wereld en wordt in meer dan 52 landen
beoefend.
Bij behendigheid wordt de hond door zijn geleider liefst
foutloos gemanoeuvreerd over een parkoers van
verschillende hindernissen die steeds in een andere
opstelling kunnen zijn geplaatst. Het lijkt een beetje
op een springconcours voor paarden en is daarop ook
gebaseerd. Het is één groot actief en educatief spel
voor baas en hond, waarbij de baas de hond onbeperkt
aanwijzingen mag geven en mag aanmoedigen om het zo
goed en zo snel mogelijk te doen. Het enige wat de
geleider niet mag doen is de hond of de hindernissen
aanraken.
Er wordt wel eens gezegd dat behendigheid een sport is
voor luie mensen. Dit omdat een goed getrainde hond de
hindernissen op topsnelheid en in de juiste volgorde kan
nemen met een baas die niet veel anders lijkt te doen
dan in het midden staan en aanwijzingen geven. Dat is
echter maar schijn. Voor baas en hond zo ver zijn,
hebben ze vaak jarenlang getraind, niet alleen op het
technische gedeelte maar ook op gehoorzaamheid. De hond
zal alert moeten zijn op de geringste aanwijzing van de
baas want het is een snelle sport, de hindernissen staan
vaak dicht op elkaar en ze moeten niet altijd in
dezelfde volgorde genomen worden. Ook bevinden zich op
diverse hindernissen zogenoemde 'raakvlakken'. Dat zijn
vlakken die hoe dan ook door de hond met zijn poten
geraakt moeten worden. Dit dient voornamelijk voor de
veiligheid van de honden, bijvoorbeeld om te voorkomen
dat ze van bovenaf van de klimschutting springen en dan
met een te grote klap neerkomen, met alle risico's van
dien.
De honden
Behendigheid is een sport die met vrijwel elke gezonde
hond beoefend kan worden. Wel moet de hond uitgegroeid
zijn voordat met het springwerk wordt begonnen. Meestal
wordt een gemiddelde leeftijd aangehouden van een jaar,
maar bij grote rassen kan men het beter nog even
uitstellen tot anderhalf- of tweejarige leeftijd.
Natuurlijk is het ook niet echt een bezigheid voor
senioren van vergevorderde leeftijd met hun stramme
gewrichten. Ras of rasloos maakt niet uit, maar voor
kortpotige honden met een lange rug, zoals de Teckel,
honden met ademhalingsmoeilijkheden zoals sommige
Engelse Bulldoggen en Mopshonden, of honden van een zeer
zwaar ras is dit niet echt een geschikte sport. Er wordt
onderscheid gemaakt in het formaat van de honden. Bij
Cynophilia zijn er drie verschillende grootteklassen:
small (tot 35 centimeter schofthoogte), medium (35 tot
43 centimeter) en large (groter dan 43 centimeter). De
FHN kent zelfs nog meer verschillende grootteklassen. De
hoogte en de breedte van de hindernissen worden
overeenkomstig de klasse aangepast.
Uiteraard dient de hond een goede conditie te hebben;
behendigheid is immers een explosieve sport, waarin
binnen korte tijd een hevige krachtsinspanning van de
hond wordt gevraagd. Een intensieve warming-up en na de
training een cooling down mogen dan ook niet vergeten
worden.
Hindernissen en parkoersen
De hindernissen bestaan niet alleen maar uit hoogte- en
breedtesprongen. Er zijn verschillende soorten tunnels,
die zowel rechtuit als in een bocht kunnen liggen. De
zogenoemde 'slurf' is ook een soort tunnel, althans bij
de ingang. Daarna gaat hij over in een soort slappe zak
waar de hond doorheen rent. Er is een A-schutting waar
de hond overheen moet klauteren en een band waar hij
doorheen moet springen. De kattenloop is een smalle
loopplank met schuine opgangen. Ook de wip is een soort
loopplank, maar dan met een punt ergens in het midden
waar de hond zelf de plank moet laten kantelen. Dan is
er een tafel, vaak het eindpunt, waarop de hond moet
blijven wachten en een spectaculair onderdeel zijn
altijd de 'paaltjes' waar de hond zigzaggend doorheen
moet. Honden die daar erg goed in zijn, lijken er wel
doorheen te vliegen met voor het blote oog bijna niet te
volgen schaatsbewegingen.
Er zijn verschillende parkoersen. Zo is er een vast
parkoers waarvoor alle soorten hindernissen gebruikt
kunnen worden. De hindernissen zijn genummerd en moeten
in die genummerde volgorde worden genomen. Er is dan een
standaardparkoers-tijd (SPT) en een maximumparkoerstijd
(MPT), die vooraf door de scheidrechter worden
vastgesteld. Het is het beste als het parkoers genomen
wordt binnen de SPT, want voor iedere seconde die men
langer nodig heeft, worden strafpunten gegeven. Wordt
de MPT overschreden, dan volgt diskwalificatie. Bij het
jumpingparkoers staan de hindernissen eveneens
genummerd opgesteld en ze moeten in die volgorde
genomen worden. Op dit parkoers staan echter
uitsluitend hindernissen zonder raakvlakken. Bij de
gambling mag men zelf de route bepalen. Iedere hindernis
vertegenwoordigt een bepaald aantal punten en mag
maximaal twee keer genomen worden. De bedoeling is
natuurlijk zoveel mogelijk punten te verzamelen. Het
leuke van behendigheid is dat er een bijna oneindig
aantal variaties mogelijk is in de parkoersen en de
manieren om ze te lopen. Zo zijn er wedstrijden waarin
je door mag gaan met punten verzamelen totdat de hond
een fout maakt, en er zijn ook teamwedstrijden.
Het lijkt nu een beetje of behendigheid alleen maar
'lang leve de lol' is, maar dat is toch niet helemaal
waar. Er zijn heel wat regeltjes te breken, heel wat
strafpunten te halen en heel wat fouten die tot
diskwalificatie kunnen leiden. Dit mag de hond
bijvoorbeeld niet: hindernissen overslaan, hindernissen
in de verkeerde volgorde nemen, de ring bevuilen, een
halsband dragen, driemaal weigeren een hindernis te
nemen. Ook voor de geleider gelden allerlei regels: hij
moet zijn honden te allen tijde onder appel hebben, hij
moet veilige schoenen dragen, hij mag zijn hond niet in
gevaar brengen, niet zelf over hindernissen springen of
ze omverlopen en ga zo maar door. De lijst is schier
eindeloos en daarom is een uitstekende communicatie
tussen baas en hond ook zo belangrijk in deze sport.
Recreatie- én wedstrijdsport
Behendigheid kan uitstekend op recreatief niveau worden
beoefend. Als je het leuk vindt om actief en prettig met
je hond bezig te zijn maar al die wedstrijden voor jou
niet hoeven, dan kun je heel goed terecht bij de
behendigheid. En datzelfde geldt als je hond het
weliswaar heel erg leuk vindt om te doen, maar niet tot
de Snelle Jelles behoort. Behendigheid kan op de meeste
hondenscholen en kynologenclubs geleerd en beoefend
worden.
Ook de meer competitief ingestelde hondensporter kan met
behendigheid zijn hart ophalen. In het seizoen, dat
loopt van april tot en met september, is er vrijwel
iedere week wel ergens een wedstrijd. De echt fanatieke
sporters vormen bijna een reizende kermis en lopen ieder
weekend op een andere plek in het land een wedstrijd.
Waarschijnlijk doen ze dit niet alleen voor de sport
maar ook voor de gezelligheid. Iedereen kent iedereen.
Het is ook echt niet alleen voorbehouden aan de toppers
in deze sport. Er wordt namelijk in verschillende
klassen gelopen, variërend van beginners tot
(ver)gevorderden en er is zelfs een veteranenklasse voor
honden ouder dan zeven jaar.
Uit: Honden in de sport van Martin Gaus
© Tirion Uitgevers BV
|